Vragen over Passend Onderwijs

Met ingang van schooljaar 2014-2015 hebben we te maken met Passend onderwijs. Wat is Passend onderwijs precies en hoe gaat De Meerwaarde om met deze nieuwe manier van onderwijs en ondersteuning? In de onderstaande punten krijgt u antwoord op een aantal veelgestelde vragen rondom Passend onderwijs.

  1. Wat is passend onderwijs?
  2. Waarom wordt passend onderwijs ingevoerd?
  3. Hoe werkt passend onderwijs?
  4. Voor welke leerlingen is er passend onderwijs?
  5. Wanneer gaat passend onderwijs van start?
  6. Wat is een samenwerkingsverband?
  7. Wat is de zorgplicht?
  8. Welke ondersteuning biedt een school?
  9. Wat kunt u doen als ouder?
  10. Is alles anders op 1 augustus 2014?


Wat is passend onderwijs?

Passend onderwijs is de nieuwe manier waarop onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben wordt georganiseerd. Het gaat om zowel lichte als zware ondersteuning. Passend onderwijs is dus geen schooltype; kinderen zitten niet ‘op’ passend onderwijs. Scholen werken met elkaar samen in samenwerkingsverbanden. De scholen in het samenwerkingsverband maken onderling afspraken over hoe ze ervoor zorgen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past.

Waarom wordt passend onderwijs ingevoerd?

Passend onderwijs vervangt het oude systeem van de leerlinggebonden financiering, beter bekend als het rugzakje. Een van de problemen is dat steeds meer leerlingen, vooral leerlingen met ernstige gedragsproblemen, een indicatie krijgen voor leerlinggebonden financiering. Het systeem van de leerlinggebonden financiering is steeds duurder geworden. In het oude systeem zitten veel kinderen thuis. Zij zijn bijvoorbeeld van school verwijderd vanwege de problemen die ze hebben, of omdat er geen goede begeleiding voor ze is op school. Het doel van passend onderwijs is om deze problemen op te lossen.

 

Hoe werkt passend onderwijs?

Scholen die samenwerken in een samenwerkingsverband krijgen geld om het onderwijs te regelen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De samenwerkende scholen maken een plan om ervoor te zorgen dat iedere leerling passend onderwijs krijgt. In het ene samenwerkingsverband zullen scholen dat anders doen dan in het andere samenwerkingsverband. Er zullen dus verschillen zijn tussen regio’s in de manier waarop onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuning eruit komt te zien. De bedoeling is dat de scholen precies kunnen nagaan wat er nodig is voor hun leerlingen zodat ze ondersteuning op maat kunnen organiseren.

 

Voor welke leerlingen is er passend onderwijs?

Passend onderwijs is er voor alle leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs, speciaal (voortgezet) onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In de praktijk gaat het vooral over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een verstandelijke beperking of een chronische ziekte. Maar ook voor leerlingen met een gedrags- en/of leerstoornis is passend onderwijs natuurlijk erg belangrijk. Soms is het bij de start op school al duidelijk dat er extra ondersteuning nodig is, soms blijkt dat pas later. In het oude systeem waren leerlingen onderverdeeld in 4 Clusters, namelijk:

  • cluster 1 voor leerlingen die blind of slechtziend zijn;
  • cluster 2 voor leerlingen die doof of slechthorend zijn of ernstige spraaktaalmoeilijkheden hebben;
  • cluster 3 voor leerlingen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte;
  • cluster 4 voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een psychiatrisch probleem.

Cluster 1 en 2 blijven het onderwijs in een landelijk systeem organiseren. Zij doen dus niet mee met de regionale indeling van samenwerkende scholen in passend onderwijs. Voor alle andere leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, geldt wel de systematiek van regionale samenwerkingsverbanden. Het gaat daarbij om leerlingen uit cluster 3 en 4 en om leerlingen die nu geen indicatie krijgen, maar wel extra ondersteuning nodig hebben.

 

Wanneer gaat passend onderwijs van start?

De wetswijziging is goedgekeurd door de Eerste Kamer. In schooljaar 2014/2015 verandert er veel. Schoolbesturen hebben dan zorgplicht en de samenwerkingsverbanden krijgen het geld en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van passend onderwijs. Vanaf dat moment wordt er niet meer gewerkt met het oude systeem voor indicatiestelling.

Wat is een samenwerkingsverband?

Het samenwerkingsverband is de nieuwe vorm waarin scholen gaan samenwerken op het terrein van passend onderwijs. Er bestaan nu ook al samenwerkingsverbanden van scholen, maar deze worden in het nieuwe systeem deels samengevoegd en krijgen er nieuwe taken bij. Het samenwerkingsverband krijgt in de Wet passend onderwijs veel taken. De belangrijkste taak is het maken en uitvoeren van een plan: het ondersteuningsplan waarin staat op welke manier alle leerlingen een passende plek op een school krijgen.

Wat is de zorgplicht?

Schoolbesturen krijgen vanaf 1 augustus 2014 zorgplicht. Dat betekent dat de scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die bij hen inschreven staat of zich aanmeldt een passende onderwijsplek krijgt. De school moet zorgvuldig onderzoeken wat uw kind nodig heeft en dit eerst proberen zelf te realiseren. Het schoolbestuur moet daarvoor nagaan wat de ondersteuningsmogelijkheden van de school zijn. Als de school aangeeft dat uw kind het beste naar een andere school kan gaan, moet de school zorgen dat daar ook een passende plek is. Momenteel moet u in zo’n situatie nog vaak zelf naar een nieuwe school zoeken. Met de inwerkingtreding van passend onderwijs heeft de verwijzende school die verantwoordelijkheid. Daarbij is het belangrijk dat de school goed met u overlegt welke school passend is voor uw kind.

Welke ondersteuning biedt een school?

Samenwerkingsverbanden zijn verplicht om in hun ondersteuningsplan voor alle samenwerkende scholen de ‘basisondersteuning’ te benoemen. Basisondersteuning wordt als volgt omschreven:
We omschrijven basisondersteuning als het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en lichte curatieve interventies die binnen de onderwijs ondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau, eventueel in samenwerking met ketenpartners, worden uitgevoerd.
In ieder samenwerkingsverband maken de scholen afspraken met elkaar over de manier waarop ze de ondersteuning verzorgen. Bijvoorbeeld voor leerlingen met Dyslexie en Dyscalculie. Of hoe ze lesgeven aan leerlingen met een lagere of juist hogere intelligentie dan gemiddeld. En hoe ze zorgen dat scholen toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking.


Wat kunt u doen als ouder?

Lees de ondersteuningsprofielen van scholen waarbij u overweegt om uw kind aan te melden. Ga na of de ondersteuningsprofielen passen bij wat voor uw kind belangrijk is:

  • Vindt u het belangrijk dat uw kind op een school zit met specifieke kennis over de stoornis van uw kind?
  • Zijn er voorzieningen die onmisbaar zijn voor uw kind?
  • Wilt u graag dat uw kind op een school zit met kinderen die van elkaar verschillen of juist niet?

Scholen kunnen het ondersteuningsprofiel op hun website plaatsen. Kunt u het daar niet vinden, dan kunt u er bij de school of bij het samenwerkingsverband naar vragen. Ook maken de scholen binnen een samenwerkingsverband afspraken over veiligheid op school en samenwerking met bijvoorbeeld gemeenten en jeugdzorg. Dit valt allemaal onder de basisondersteuning.
Het vaststellen van de basisondersteuning binnen een samenwerkingsverband is niet vrijblijvend: alle scholen moeten deze ondersteuning op school kunnen bieden.
Een hoog niveau van basisondersteuning in een regio betekent dat de scholen binnen dit samenwerkingsverband toegankelijk zijn voor een grote groep leerlingen. Simpel gezegd: hoe beter de basisondersteuning, hoe minder leerlingen zijn aangewezen op extra ondersteuning.

Veel samenwerkingsverbanden zullen hun financiering van extra ondersteuning op scholen laten afhangen van de vraag of een bepaald soort ondersteuning valt onder de basisondersteuning. Zo ja, dan komt er geen extra geld beschikbaar. Valt iets buiten de basisondersteuning, dan is het wel logisch dat er extra middelen komen. De afspraken die de scholen maken over de basisondersteuning kunnen van belang zijn voor het kiezen van een passende school voor uw kind. Als de ondersteuning die uw kind nodig heeft binnen de basisondersteuning van het samenwerkingsverband valt, dan mag u ervan uitgaan dat het niet uitmaakt welke school in dat samenwerkingsverband u kiest.

Als u een school heeft gevonden die bij uw kind past, doorloopt u vervolgens verschillende stappen. Die stappen worden kort beschreven. De nadruk ligt hierbij op de manier waarop passend onderwijs op reguliere scholen wordt vormgegeven.
Aan het eind kijken we specifiek naar de werkwijze op speciale scholen.

Aanmelden

Als u een keuze heeft gemaakt voor een school dan kunt u uw kind aanmelden. U meldt uw kind schriftelijk aan bij de school van uw voorkeur. Als uw kind extra ondersteuning nodig heeft, dan zal het samenwerkingsverband u waarschijnlijk vragen om aan te geven welke school uw voorkeur heeft. Dat is de school die de wettelijke zorgplicht heeft om te zorgen dat uw kind op een goede plek terecht komt. Ook kunt u uw kind aanmelden op een school die buiten het samenwerkingsverband ligt waar u woont. In dat geval heeft die school de zorgplicht.

Informatie verzamelen over de ondersteuningsbehoefte van uw kind

Als een leerling met extra ondersteuningsbehoefte op een school wordt aangemeld dan zal de school informatie verzamelen over welke ondersteuning de leerling nodig heeft.
Dit gebeurt ook als de leerling al op school zit, maar de extra ondersteuningsbehoefte pas later duidelijk wordt. Van u wordt verwacht dat u de informatie die u heeft deelt met de school. Een leerling dossier is bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie. Soms is aanvullend onderzoek door een psycholoog of een orthopedagoog nodig. U moet daar toestemming voor geven. Ook voor het opvragen van informatie over uw kind bij andere instanties heeft de school uw toestemming nodig.

Stel vragen

Als u uw kind aanmeldt op een school en u geeft aan dat uw kind een bepaalde ondersteuningsvraag heeft, dan vraagt de school meestal om extra informatie, bijvoorbeeld over dossiers en contactgegevens van behandelaars. Misschien wilt u eerst meer inzicht hebben in de manier waarop de school informatie verzamelt, en niet blindelings alle informatie over uw kind overdragen.
Of u wilt uw kind niet onnodig blootstellen aan extra onderzoeken. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel de bedoeling dat de school een goede afweging kan maken, zodat er een echte passende onderwijsplek met passende ondersteuning beschikbaar komt. Het belangrijkste wat u in deze fase kunt doen is vragen stellen aan de school.
Welke informatie hebben ze nodig, welke onderzoeken gaan ze doen, hoe wordt u erover geïnformeerd, etc. Het is aan te raden om te zorgen dat deze zaken op papier worden vastgelegd. Heeft u hier meer vragen over, dan kunt u contact opnemen met het Steunpunt Passend Onderwijs.

Ondersteuningsaanbod

In de oude systematiek vroegen ouders zelf een indicatie aan voor een rugzakje of voor toelating tot speciaal onderwijs. Die vorm van indicatiestelling komt met de invoering van passend onderwijs te vervallen. Samenwerkingsverbanden mogen zelf bepalen welk ondersteuningsaanbod voor een leerling het beste is. Om te bepalen of een leerlingin het speciaal onderwijs het meest op zijn plaats is, moet wel een deskundige worden geraadpleegd. Dit is in de wet geregeld. Het Steunpunt Passend Onderwijs adviseert om ook bij het bepalen van een extra ondersteuningsaanbod of bij het plaatsen op een andere school een onafhankelijke deskundige te betrekken. Het zou de verantwoordelijkheid van een samenwerkingsverband moeten zijn om dit te organiseren en te faciliteren.
Het ondersteuningsaanbod voor een leerling die is aangemeld op een reguliere school kent verschillende varianten:

  • De leerling wordt op de school van aanmelding geplaatst met ondersteuning die de school zelf biedt;
  • De leerling wordt op de school van aanmelding geplaatst met ondersteuning die een andere school of instelling levert;
  • De leerling wordt op een andere reguliere school geplaatst die de gevraagde ondersteuning zelf kan bieden; de leerling wordt op een speciale school geplaatst.


De nieuwe Wet Passend Onderwijs en de nieuwe zorgplicht betekenen dus niet dat scholen verplicht zijn ieder kind een plek te geven binnen de eigen school. Als een school aangeeft dat het echt niet kan zorgen voor passend onderwijs, dan kan uw kind worden geweigerd of verwijderd en moet er een andere school worden gezocht. Hierbij zijn wel een paar zaken van belang.
Een school mag uw kind niet zomaar weigeren. De school moet kunnen aantonen dat zij eerst zorgvuldig onderzocht heeft wat uw kind nodig heeft, en echt geprobeerd heeft om de aanpassingen te realiseren. Een school kan dus niet zomaar zeggen dat een kind met een bepaalde beperking niet welkom is op school omdat het niet in het ondersteuningsprofiel past. Er moet altijd gekeken worden naar de individuele situatie. Hiermee wordt voorkomen dat er op basis van bijvoorbeeld stereotiepe denkbeelden over bepaalde beperkingen kinderen geweigerd worden.
Ook is het van belang te weten dat de school waar uw kind is aangemeld er verantwoordelijk voor is om een passende plek te regelen. Dus als uw kind geweigerd of verwijderd wordt op een school, dan moet die school ervoor zorgen dat er ergens anders binnen het samenwerkingsverband een passende plek is. De school moet dit in overleg met u doen.
Voor het voortgezet onderwijs geldt overigens dat een leerling geweigerd kan worden als de verwachting is dat de leerling niet het onderwijsniveau op die school kan halen, ook als dat door de beperking komt. Maar: ook hierbij telt dat de school niet af kan gaan op algemene ideeën, maar naar het individuele kind moet kijken. Als de leerling niet wordt geplaatst op de school van aanmelding, moet de school hierover met u in gesprek gaan.

Wat vindt u belangrijk in een school?

Heeft u een voorkeur voor een andere school? Een school kan niet zomaar uw kind op een andere school plaatsen. Als u het niet eens bent met het ondersteuningsaanbod of de plaatsing op een andere school dan kunt u verschillende acties ondernemen: aankaarten bij de school, een onderwijsconsulent om bemiddeling vragen of het voorleggen aan een landelijke geschillencommissie.

Naar een speciale school

Net als reguliere scholen zijn ook speciale scholen aangesloten bij de samenwerkingsverbanden. Dit geldt niet voor de scholen voor onderwijs aan kinderen met een zintuiglijke beperking. Deze cluster 1- en 2-scholen vallen niet onder het samenwerkingsverband, maar zijn landelijk georganiseerd.

Aanmelden

U kunt uw kind direct aanmelden bij een speciale school. Ook kan de huidige school uw kind doorverwijzen. Vervolgens kijkt de speciale school in overleg met u en het samenwerkingsverband of uw kind inderdaad het beste op zijn plek is op die school. De regels hiervoor verschillen per samenwerkingsverband. In het ene samenwerkingsverband zullen meer kinderen naar speciaal onderwijs gaan, dan in het andere. Als uw kind naar een speciale school gaat, dan wordt dat betaald uit het budget van het samenwerkingsverband. Als er meer kinderen naar speciaal onderwijs gaan, blijft er uiteindelijk minder geld over voor ondersteuning op reguliere scholen.

Wet kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs

Naast de Wet passend onderwijs is de Wet kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs aangenomen. Deze wet moet de kwaliteit van het speciaal onderwijs verbeteren zodat er betere resultaten worden geboekt op speciale scholen. In de wet staan drie verschillende routes of doelen voor leerlingen.
In het OntwikkelingsPersPectief (OPP) wordt voor iedere leerling gekeken welke route of welk doel het beste past.

  1. De eerste route is erop gericht om terug te gaan naar regulier onderwijs of naar een vervolgopleiding.
  2. De tweede route is er direct op gericht om een baan te vinden.
  3. De derde route is een voorbereiding op dagbesteding en een zo groot mogelijke zelfstandigheid van de leerling.

Wat kunt u doen?

Geef aan wat u belangrijk vindt.
Het is in deze fase belangrijk dat de school weet wat u als ouder belangrijk vindt. Vindt u het belangrijk dat uw kind op school zit met vriendjes uit de buurt of vindt u het belangrijker dat er specialistische ondersteuning aanwezig is? Het zijn lastige keuzes, maar waarschijnlijk heeft u er wel een idee over. Om te voorkomen dat de school zelf al aan de slag gaat met het bepalen van wat het beste aanbod voor uw kind is, is het belangrijk om dit soort zaken met de school te delen. Op die manier kunnen ze er rekening mee houden.

Tot slot nog een artikel uit Didactiek Special van mei 2014:

Is alles anders op 1 augustus 2014?

Het gaat beginnen! Hoewel de stelselwijziging in de Wet passend onderwijs op 5 november 2012 al werd vastgelegd, gaan scholen op 1 augustus écht aan de slag met passend onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs een grote uitdaging.

Misschien minder voor de vmbo-docenten - die vaak al gewend zijn aan het omgaan met verschillen en gedragsproblemen - maar wel voor het gros van de docenten havo en vwo. De meerderheid daar geeft frontaal-klassikaal les. Daar is niets mis mee, maar daarnaast moet er ook ruimte komen voor gedifferentieerd werken of werken in kleinere groepen. Om daadwerkelijk een slag te slaan in passend onderwijs, is tijd nodig.

Omgaan met verschillen wordt niet voor niets gezien als complexe docentvaardigheid. Van docenten die lesgeven op havo en vwo hoor ik regelmatig dat leerlingen het door hun beperking niet redden vanwege gedrag en sociale omgangsvormen. Het komt helaas voor dat een vwo-leerling met autisme of ADHD afglijdt naar Havo, VMBO, VSO of zelfs uitvalt. Daar zitten ook hoogbegaafde leerlingen tussen. Ik maakte van dicht bij mee dat zonen van vriendinnen afstroomden van VWO naar VMBO (en dat niet afmaakten) of uiteindelijk hun diploma haalden via particulier onderwijs omdat zij door het syndroom van Asperger niet functioneerden in regulier onderwijs.

De uitdaging voor reguliere scholen is om deze leerlingen te laten functioneren op hun eigen niveau. Het is een groot misverstand dat die taak alleen rust op de schouders van docenten. Belangrijk is dat school(besturen) en teams een structuur creëren waarin de leerling het best tot zijn recht komt.
Schoolbesturen krijgen zorgplicht. Het wordt mogelijk om meer maatwerk te leveren en op termijn verdwijnen de rugzakken en de zogenaamde ‘slagboomdiagnostiek’ (er wordt getoetst of het dossier voldoet aan de criteria).Het mooie hiervan is dat je binnen het samenwerkingsverband afspraken kunt maken over ondersteuning die aansluit bij de onderwijsbehoefte van leerlingen.

De implementatie van passend onderwijs ligt op koers. Bij de invulling is het essentieel dat ouders en teams meedenken. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want tot op heden voelen zij zich onvoldoende betrokken bij passend onderwijs.

Zonde, maar ook logisch, omdat er voor de meeste leerlingen, ouders en teams nog niet zo veel verandert op 1 augustus. Als er straks geen rugzakken meer zijn, wordt het belangrijk om hen te betrekken. Juist hún wensen en nieuwe ideeën zijn een waardevolle toevoeging. Bovendien creëer je niet alleen draagvlak voor passend onderwijs, maar vergroot je ook de kans op het succes ervan.

Is dan alles anders op 1 augustus 2014? Nee, maar het is wel een memorabele datum waarop we met z’n allen een start maken om passend onderwijs zo goed mogelijk te implementeren in het Nederlandse onderwijsstelsel.
Jessica Tissink, adviseur bij de VO-raad